De Clercq Guy !

DE CLERCQ Guy ( Brakel ).

 

“Duivensport is zoals de Beurs!”

 

Toekomst verzekerd : alle stervliegers gaan naar het kweekhok.

 

Guy De ClercqGuy Declercq

Recht voor de raap.

“Al mijn vliegduiven ouder dan 4 jaar verhuizen naar het kweekhok”; dat was het nieuws dat we vorige week van Guy Declercq uit Brakel te horen kregen. Vanwaar deze beslissing ? Een duif van 4 jaar en ouder kan wel eens het verschil maken, vooral bij zware weersomstandigheden, dachten we. Guy denkt er anders over. “Volgend jaar kom ik met een relatief jonge ploeg duiven aan de start. Dit wil echter niet zeggen dat de resultaten minder zullen zijn; het feit dat ik nu mijn beste oude fondduiven allemaal op de kweek zet, heeft diverse redenen.

Ik beschik nu over enkele doorwinterde kleppers, duiven die al diverse keren “de oorlog” hebben meegemaakt en hebben overleefd! Uit die duiven moet je kweken, duiven die bewezen hebben dat ze de wilskracht en de kwaliteiten in zich hebben, om een lange afstandsvlucht zo snel mogelijk af te haspelen… duiven die regelrecht, zonder omwegen, de thuisbasis trachten te bereiken. Uiteraard breng ik ook wel eens wat “nieuw bloed” bij, maar mijn eigen stam hou ik als stevig fundament aan.”

 

“Het Quiévrain-wonder”

De meeste duivenliefhebbers hebben de “duivenmicrobe” te pakken gekregen bij vader of grootvader. Toen hij amper 8 jaar oud was, hielp Guy zijn grootvader Lambert al mee met de duiven: africhten, de klok naar het duivenlokaal brengen, zo van die dingen.  Op een bepaald moment werd een hokje getimmerd, met enkele duifjes van grootvader Lambert als eerste bewoners. Waarover we schrijven is welgeteld 40 jaar geleden, in 1969 werd een heel speciale duif geboren, met ringnummer 4222963/69. Overal werd deze duif “het Quiévrain-wonder” genoemd. Guy hield het allemaal netjes bij en weet ons nu nog te vertellen dat deze duif 50 keer gespeeld werd uit Quiévrain; de duif vloog als een pijl uit een boog, bij wijze van spreken “met de ogen dicht” naar zijn hok in Brakel. Van die 50 deelnames, klasseerde “Het Quiévrain-wonder” zich maar liefst 49 keer in de Top-3. Misschien is dit wel de beste Quiévrain-vlieger ooit, met 34 keer de eerste prijs. Je zou het bijna voor onmogelijk houden, maar toch klopt het verhaal als een bus… de wonderen zijn blijkbaar de wereld nooit uit geweest!

 

Stap per stap. 

Eerst leren gaan, is steeds een leuze die Guy Declercq in gedachten heeft gehouden. Geen bokkensprongen in het wilde weg nemen. Een kampioen in de duivensport kan je alleen maar worden, met de nodige dosis geduld.

Een fundament moet sterk genoeg zijn, om er nadien het huis op te bouwen. De logica zelve.

Guy zette na enkele jaren succesvol spel op de snelheidsvluchten, de voorzichtige stap naar de halve fondvluchten. Uiteraard was zijn droom ooit uit te blinken op vluchten vanuit Cahors enz.; hij wou echter eerst proeven van het halve fondspel… en er vooral ook in uitblinken. Guy Declercq is een strever, die nooit of te nimmer van zijn standpunt en doelstelling afwijkt, wat er ook moge gebeuren. Hij ging aankloppen bij kampioenen als Achiel Romeyns uit Sint-Goriks-Oudenhove, die gekend was voor zijn supersnelle Janssenduiven; ook bij Norbert De Schrijver uit Balegem ging Guy iets halen, uit de soort van de bekende “Zwarte Jolie”, een excellent kweker die toevallig ook het Janssenbloed in zich had.

In die periode speelde Guy Declercq het bekende SOM-verbond geregeld aan dingelen. SOM staat voor Sint-Maria-Oudenhove – Ophasselt – Mere ).

De grote droom van Guy lag echter nog op een ander front; hij wou en zou ooit een grote meneer op de lange afstandsvluchten worden. 2 grote kampioenen, hebben ertoe bijgedragen dat Guy de volgende stap in zijn duivensportcarrière zette, de stap die hij altijd al had willen zetten. De inbreng van het ras van Willy Van De Maele uit Sint-Jans-Molenbeek en Gerard Labiau uit Zegelsem, was meteen een schot in de roos. Guy kweekte uit deze duiven, in 1990 een nieuwe superduif, genaamd “De Fondman” met ringnummer 4020060/90; hij vloog 16 keer prijs na elkaar op de zware drachten. Niet één keer miste hij, tot het noodlot echter toesloeg.

Op 5-jarige leeftijd kwam hij niet meer terug, toen Guy hem had ingezet voor Barcelona. Jammer, maar dat hoort nu eenmaal bij de duivensport. Eens je duiven zijn ingekorfd, heb je geen enkele invloed meer op de zaak. En raar maar waar: als je een oudere duif verspeeld, zal het nog al vaak je beste zijn. Toeval of niet, wie zal het zeggen. Een superduif durft wel eens een risico te nemen, het fameuze tandje bij te steken; zonder dat tandje is een glansrijke overwinning zo goed als onmogelijk. Dat is trouwens in elke individuele sport zo. Een duif moet voor de massa uitvliegen. Op haar parcours komt ze echter veel obstakels tegen, zeker op de route vanuit Barcelona en andere lange afstandvluchten, waarbij de duiven toch de Pyreneeën door moeten… en daar kan van alles gebeuren en tegengaan. Wat zou het prachtig zijn, maar tegelijkertijd vaak ook weer hartverscheurend op bepaalde momenten, om het vluchtverloop van onze duiven te kunnen volgen.

 

Ongeluk en geluk dicht bij elkaar.  

Guy Declercq verloor dus zijn fameuze “Fondman”, een duif die tot ver buiten de landsgrenzen bekendheid had verworven. Juist voor dit “kleine drama” gebeurde, had hij echter een zoon eruit gekweekt, die nadien de stamvader van de succeskolonie zou worden. Hierdoor werd de pijn van het verlies van de “Fondman” enigszins verzacht. We hebben het over de “Cahors” 4247518/95, die in 1998 meedeed voor de Nationale overwinning: in “Het Hof van Vlaanderen” te Zottegem won hij de 1ste prijs tegen 187 duiven; ook van de hele provincie Oost-Vlaanderen was hij de grote overwinnaar tegen maar liefst 1.540 duiven; van alle 11.090 deelnemende duiven op Nationaal vlak, sleepte de “Cahors” van Guy Declercq een verdiende 4de plaats in de wacht. Een jaar later klasseerde hij zich weer mooi op dezelfde Cahors-vlucht, met lokaal de 29ste tegen 255 duiven en Nationaal 571ste van 13.093 duiven. Geen eendagsvlieg dus. Wat Guy op dat moment echter niet wist, was dat zijn “Cahors” nadien een uitzonderlijk kweker zou worden. Diverse kinderen en kleinkinderen bewezen over dezelfde kwaliteit van hun vader en grootvader te beschikken. Dit zijn hoofdzakelijk de duiven die nu een vaste stek op het kweekhok krijgen, waardoor een glansrijke toekomst verzekerd wordt voor Guy Declercq.

 

Guy DeclercqGuy De Clercq

 

Scherp oog voor het goede.

Je hebt nu eenmaal “kenners in het vak”, duivenliefhebbers die het goede van het excellente kunnen onderscheiden. Guy Declercq heeft duidelijk deze gave in zich. Hij ging bij diverse duivengrootheden aankloppen, in eigen streek en erbuiten… en al vaak kwam hij met een goede kweker of kweekster naar huis.

Hij trok naar de verkoping van Jozef Bracke en kocht er 2 duiven, die het legendarische Carteus-bloed ( Ronse ) in zich hadden, uit de wereldberoemde lijnen, van de “Super Limoges”en “De Perpignan”.

Bij Hector Lacroix uit Ooike haalde hij een zoon uit de nestzuster van de internationale overwinnaar van Roland de Keyzer uit Kwaremont, een duif met o.a. het bloed van de “Wittenbuik” van Gaby Vandenabeele in zich.

Ook bij Noel Claeys uit Nevele en Roger Debusschere uit Lokeren, haalde Guy topmateriaal voor de kweek.

Guy had echter geen schrik om enkele kilometers te rijden, voor goed kweekmateriaal. Hij trok naar het Westvlaamse Wervik bij wereldkampioen Andre Brouckaert. Guy, die enkel gekomen was voor het beste van het beste, reed huiswaarts met afstammelingen van de “Narbonne”, “Prinseske”, “De Schuwen” ( ras Vanbruaene ), “De Pieter” en de “Jupiter”. Van deze laatste kunnen we er bij vertellen dat dit werkelijk het neusje van de zalm in de internationale duivensport betekent, als het gaat over de verre vluchten.

Iedereen over de hele wereld kent de internationale Barcelona – winnaar van de familie Gyselbrecht uit Knesselare, genaamd “Laureaat Barcelona”; hij komt uit hun eigen “Laureaat” die het Vanbruaenebloed in zich had, gekoppeld aan de “Jupiterduivin” van Andre Brouckaert.

Datzelfde bloed wou Guy Declercq ook bemachtigen en bracht het mee naar Brakel, een gegeven dat garant stond voor de diverse jaren die we Guy Declercq op hoog niveau weten spelen, dit niet alleen op de verre vluchten. Op Bourges kreeg hij maar liefst 4 keer de Ereprijs van de Gemeente Brakel uitgereikt, nl. in 1995, 1997, 2003 en 2005.

 

Mister “Cahors”.

Reeds 3 keer won Guy de 1ste prijs uit Cahors (1998 2006 en 2008), dit tegen zware concurrentie. Het blijkt een vlucht te zijn, waarop zijn duiven zich in hun sas voelen. In 2009 kende Guy alweer een goed seizoen, met mooie klasseringen uit volgende vluchten : lokaal werd gespeeld in de Denderbond Ninove. Brive 30/5: lokaal 20-46-55-72 (262 d), Cahors 13/6: lokaal 4-10-21-22-24 (107 d), Limoges 4/7: lokaal 11-15-37-44-46-47-69-70-75 (235 d), Souillac 20/7: lokaal 21-23-26-27-34-38-40-41-43 (134 d), Montauban 20/6: lokaal 11-15 (119d), Barcelona 3/7: lokaal 6-60 (237 d) – Nationaal : 276 (13.502 d.), Tarbes 11/7: lokaal: 5 (74 d), Libourne 25/7: lokaal 11-30 (195 d), Narbonne 25/7: lokaal 7-9 (109 d).

 

Eigen visie over de duivensport.

We kennen Guy Declercq inderdaad als een man “recht voor de raap”, maar wel gecontroleerd. Zijn mening kan wel eens ongezouten zijn, maar wat is daar verkeerd mee? We hebben nog maar weinig stille zwijgers geweten die voor nieuwe ideeën en verandering hebben gezorgd.

Guy Declercq kan ook meepraten over alles en nog wat: zet hem met 10 ministers aan tafel en hij zal een discussie meevoeren. Zijn mening onderscheidt zich inderdaad wel eens van het alledaagse, het “te verwachten”. Hij is geen meeloper en heeft ook geen schrik om zich moederziel alleen met zijn mening af te zonderen van de massa. Zo heeft hij zijn visie op de gang van zaken in de  maatschappij, de politiek… én de duivensport.

 

Guy: “Vaak hoor ik zeggen: duivensport is ten koste van een harmonisch gezinsleven. Hiermee ga ik
geenszins akkoord. Duivensport is perfect te combineren met een goed gezinsleven.

Voorwaarde is dat er enkele duidelijke afspraken worden gemaakt. Beoefen de duivensport binnen het
voor uw hobby voorzien budget, m.a.w. hou niet te veel duiven; probeer u te beperken tot een of twee
wekelijkse inkorvingen en hou u aan de inkorvingstijden uit respect voor de medewerkers; vakantie
plannen vóór of na het seizoen is perfect mogelijk, ook met kinderen ( krokus, paas-en herfstvakanties);
spreek af met een bevriend liefhebber om tijdens de afwezigheid elkaar te helpen.”

 

Duivensport naar het grote publiek toe.

Guy: “Duivensport is een heel mooie sport, een sport die naar het grote publiek toe veel te weinig wordt gepromoot. Onze sport wordt op radio en TV doodgezwegen, met uitzondering van de vermeende schandaaltjes of diefstallen. Dat komt dan wel weer als “nieuws” in de pers en op TV, waardoor onze sport enkel en alleen in een negatief beeld wordt gebracht.

Ook onze nieuwe verkozen bondsmensen hebben het tijdens hun campagne met veel poeha anders voorgesteld.

Zij zouden verandering brengen op dit punt. Ik zit hier echter nog steeds serieus op mijn honger, moet ik zeggen. 

Verder ben ik ervan overtuigd dat er veel anders kan in de duivensport, als men het maar wil.

Ik heb geen schrik om te zeggen dat het belang van de liefhebber veel te weinig gediend wordt, bv. bij de besprekingen met vervoersmaatschappijen en inrichters van provinciale en nationale wedstrijden.

De duivensport zou minder duur kunnen worden mits rationeel te handelen i.p.v. commercieel.

 

De Gouden tip van Guy Declercq.

Een doordenkertje : “Vergeet niet: duivensport is zoals de beurs, met hoogten en laagten; hou de hoogste zo lang mogelijk vast en wapen u tegen de laagste, m.a.w. kweek tijdig uit de beste vliegers.”

 

 

Hans Verschueren